| taak: | (ŤOud-Frans) de -woord taken 1 opdracht, werk dat men zich opgelegd heeft te doen; werk dat men behoort te doen: zich van een taak kwijten ; niet voor zijn taak berekend zijn ;2 extra werk dat een leerling in de vakantie moet maken; Zuid-Nederlands huiswerk (voor school);3 per dag gemaakte hoeveelheid papier |
| taak: | Een te verrichten werk. |
| taak: | in multiprogrammering of multiverwerking, een of meer reeksenopdrachten, die door een besturingsprogramma worden beschouwd als een werkeenheid |
| taak: | opdracht, opgaaf, plicht, zending klus, karwei, werk functie huiswerk, opdracht, pensum |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.