| uil: | de -woord (mannelijk) uilen 1 nachtvogel behorend tot de orde Strigiformes , gekenmerkt door een dikke ronde kop, grote, naar voren gerichte ogen omkranst door uitstaande veertjes en een haaksnavel, die leeft van andere dieren: een uil krast ; de uil was bij de Grieken het symbool van de wijsheid, de vogel van Pallas Athene ;uilen naar Athene dragen overbodig werk doen; elk meent zijn uil een valk te zijn, Zuid-Nederlands : iedere uil meent dat zijn jongen valken zijn elk meent dat het zijne het beste is; Zuid-Nederlands : een uil vangen een grote strop hebben; 2 figuurlijk domoor;3 nachtvlinder met harige kop;4 Zuid-Nederlands engelenbak, schellinkje;5 een uiltje knappen (Zuid-Nederlands : vangen)een dutje doen |
| uil: | Een roofvogel die vooral s’nachts jaagt. |
| uil: | druiloor, ezelsveulen, leeghoofd, oen, steenezel, domkop, domoor, ezel, onnozelaar, onnozele, sufferd, uilskuiken engelenbak, schellinkje |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.