| vel: | het -woord vellen 1 huid (bet 1);vel over been erg mager; iem. het vel over de oren halen hem veel geld afzetten; uit zijn vel springen woedend zijn; in geen goed vel steken geen goed gestel hebben; niet graag in iems. vel steken niet graag in zijn plaats staan; Zuid-Nederlands : aan iems. vel zitten (iem.) op de huid zitten; Zuid-Nederlands : kom niet aan mijn vel raak me niet aan; Zuid-Nederlands : het vel van de beer verkopen eer hij geschoten is de huid van de beer verkopen eer hij gevangen is; 2 vlies; een vel in de melk ; ook omhulsel om worst e.d.;3 blad papier;een vel (druks) 16 bladzijden;4 verouderd gemeen, kattig vrouwspersoon;5 door slijtage losgegane lap: de vellen hangen erbij ;6 Zuid-Nederlands schil (van vruchten): het vel van een banaan ; bast (van bomen) |
| vel: | Bedrukt vel papier dat op de wikkel wordt gelegd bij het verpakken van de lamp. |
| vel: | buitenste laag van vele meercellige organismen;huid:grote dieren;vel:kleine en/of jonge dieren |
| vel: | een stuk papier of karton, gewoonlijk rechthoekig |
| vel: | vlies dat ontstaat bij de afkoeling van hete melk of melkspijzen |
| vel: | bast, schil, vlies, huid, pel, vacht zaan blad |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.