| voorzien: | voor` zien (voorzag, h., bet 11 is voorzien) 1 vooruit zien, verwachten: zoiets heb ik voorzien ; Zuid-Nederlands :iets laten voorzien iets laten vermoeden; 2 regelen, zorgen: daar moet allemaal nog in voorzien worden ; in zijn onderhoud voorzien ;3 het nodige verschaffen: zij zijn van alles goed voorzien ; deze nieuwe zaak voorziet in een behoefte ;4 het niet op iemand voorzien hebbeniem. niet vertrouwen; 5 het op iemand voorzien hebbeniem. altijd als mikpunt nemen; 6 zich voorzienin hoger beroep gaan; 7 Zuid-Nederlands bepalen, voorschrijven;8 Zuid-Nederlands vaststellen, uittrekken: een datum voorzien ;9 Zuid-Nederlands in het vooruitzicht stellen, ontwerpen: een maatregel voorzien ;10 Zuid-Nederlands plannen, organiseren: een viering voorzien ;11 Zuid-Nederlands ter beschikking staan, aanwezig zijn: er zijn moderne waslokalen voorzien ;12 Zuid-Nederlands ter beschikking stellen, bieden: hulp voorzien ;13 Zuid-Nederlands rekening houden met;zich voorzien op zich voorbereiden op, bedacht zijn op; 14 Zuid-Nederlands :zich voorzien van met zich meebrengen, bij zich hebben |
| voorzien: | pronostikeren, vooruitzien, vermoeden, verwachten, voorspellen organiseren, plannen, regelen, zorgen bepalen, uittrekken, vaststellen, voorschrijven ontwerpen bieden, begiftigen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.