Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


vrij:
I

bijvoeglijk naamwoord en bijwoord


1
ongebonden: een vrij leven ;
vrije jongens
personen, vooral in het kleinbedrijf, die zich weinig aantrekken van de voorschriften;

2
niet bezet: ik ben vanavond vrij ; een vrije dag ;

3
onafhankelijk, zonder dwang: iemand geheel vrij laten ; het staat u volkomen vrij dat te doen ;
de vrije wil
de al dan niet vermeende vrijheid van de mens door zijn wil zijn doen en laten zelf te bepalen;

4
onbelemmerd: een vrij uitzicht ;
een vrije schop
voetbal zonder door de tegenpartij gehinderd te worden;

5
open: het vrije veld ;
vrij kamperen
kamperen buiten de officiële campings;

6
niet verloofd, zonder vaste relatie: zij is nog vrij ;

7
niet letterlijk: een vrije vertaling ;

8
vrij van
niet belast met: vrij van port , vrij van zorgen ;
vrij van sterke drank
geen sterke drank gebruikend;

9
gratis: vrij wonen ;

10
met eigen ingang enz.: een vrij bovenhuis ; kamer met vrije opgang ;

11
tamelijk: vrij veel werk ; vrij aardig ;

12
vrije beroepen
beroepen waarbij men niet in dienstverband staat, o.a. advocaat, dokter enz.;

13
de zeven vrije kunsten
grammatica, dialectica, retorica, aritmetica, geometrica, musica en astronomie;

14
vrije oefeningen
gymnastiekoefeningen zonder gereedschappen of toestellen;

15
een vrije stad
historisch stad die rechtstreeks onder keizerlijk of koninklijk gezag stond;

16
niet van de overheid uitgaande:
vrij onderwijs
zie bij onderwijs ;
vrije school
in Nederland schoolsysteem, gebaseerd op de beginselen van de antroposoof Rudolf Steiner (1861-1925); in België bijzondere school, niet uitgaande van de overheid;
Vrije Universiteit
te Amsterdam een gereformeerde universiteit, te Brussel zonder confessionele grondslag;

17
vrij vers
gedicht waarvan metrum, rijm, aantal heffingen noch strofenvorm regelmatig is;
II

bijwoord

tamelijk, nogal: vrij veel werk , vrij aardig ;
III

de -woord (mannelijk)
vrijloop : in z`n vrijlopen, staan
vrij:Ongebonden, niet in beweging beperkt.
vrij:Niet(langer)afhankelijk van de verslavende stof,niet langer in(het)bezit van drugs
vrij:onbelemmerd, ongebonden, los, onafhankelijk, onbegrensd, onbeperkt, onbezet, onbezwaard, onconventioneel, ongedwongen

open

gratis

vacant

leegstaand, onbewoond

franco

ongestraft

aardig, nogal, redelijk, tamelijk

vakantie


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.