| waar: | 1 de -woordwaren koopmansgoed; alle waar (is) naar z`n geld het goedkope is minder van kwaliteit dan het dure; waar voor zijn geld willen hebben 2 waarbijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 wezenlijk, echt: de ware liefde ; het zal me een waar genoegen zijn ;waar maken zie waarmaken ; de ware de echte, de goede; het ware, je ware het echte, dat wat je hebben moet; 2 juist, niet in strijd met de werkelijkheid; het is niet waar ;ware kies molaar; dat is toch goed, niet waar? (meestal aaneengeschreven: nietwaar ) 3 waarI bijwoord op welke plaats; voegwoordelijk bijw : de stad waar Erasmus geboren is ; II voegwoord |
| waar: | 1 op welke plek
2 echt, klopt |
| waar: | goed, koopmansgoed, koopwaar, artikel alwaar wezenlijk, echt, ongeveinsd, oprecht, waarachtig, werkelijk juist waarzo aangezien |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.