| waard: | 1 de -woord (mannelijk)waarden herbergier; buiten de waard rekenen de onaangename gevolgen ondervinden van iets wat men ongestraft meende te kunnen doen; zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten zoals men zelf is, ziet men anderen ook 2 waardde -woord (mannelijk) waarden = woerd 3 waardde -woord waarden ingedijkt land, riviereiland; land aan rivier 4 waardbijvoeglijk naamwoord 1 een zekere waarde hebbend: hoeveel is die jas waard? ;is het u veel waard? hebt u er veel voor over?; is het de moeite waard? ; je bent het niet waard dat er zoveel voor je gedaan wordt ; 2 dierbaar, best: waarde vriend |
| waard: | laaggelegen land tussen rivieren(1);oude benaming voor in of aan het water gelegen land;oorspronkelijk eiland;in de Nederlandse rivierstreken in het bijzonder gebezigd voor de buitendijkse gronden(2) |
| waard: | vistuig bestaande uit vleugels van twijghout in V-vorm, grotendeels op bij eb droogvallende platen, waarachter een fuik of een vangkamer is opgesteld; bij vloed wordt de vis naar de vleugels geleid en bij eb door de vleugels opgevangen en naar de punt van het vistuig geleid |
| waard: | vistuig bestaande uit vleugels van twijghout in V-vorm, waarachter een fuik of een vangkamer is opgesteld. Wordt grotendeels op bij eb droogvallende platen gebruikt: bij vloed wordt de vis naar de vleugels geleid en bij eb door de vleugels opgevangen en naar de punt van het vistuig geleid |
| waard: | hotelier, kastelein, herbergier, kroegbaas woerd riviereiland waardig prijswaardig |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.