| weggaan: | afdruipen, aftaaien, moven, vertrekken, `m smeren, afstrijken, aftrekken, ertussenuit knijpen, ervandoor gaan, heengaan, inrukken, opbreken, opkramen, opkrassen, opstappen, verdwijnen opdonderen, oplazeren, oprotten, opflikkeren, ophoepelen afstappen, aftreden, scheiden uitgaan, verhuizen, wegtrekken, wijken |
| weggaan: | 1 Zich ergens vandaan begeven.
2 Uitgaan, feesten.
3 Uit een relatie stappen. |
| weggaan: | ` weg - gaan (ging weg, is weggegaan) vertrekken |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.