Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


zaak:de -woord
zaken

1
ding, voorwerp: allerlei zaken van weinig waarde ; orde op (zijn) zaken stellen ;
de gang van zaken
de loop der dingen;
hoe staan de zaken?
hoe gaat het?;
zaakje , informeel de mannelijke geslachtsdelen; zie ook bij gedaan ;

2
handel, bedrijf, winkel: goede zaken doen ; voor zaken op reis gaan ; iemand van de zaak ;
zaken doen
figuurlijk pogen tot overeenstemming te komen;

3
rechtszaak: een advocaat van kwade zaken ;

4
onderwerp, kwestie, aangelegenheid: de zaak is, dat het nodige geld ontbreekt ;
in zake
betreffende, aangaande (meestal aaneengeschreven: inzake );
dat doet niets ter zake
dat heeft er niets mee te maken;
dat is zijn zaak
dat moet hij weten;
ter zake van
wegens;
ter zake!
niet afdwalen, de aandacht bij het onderwerp!;
een smerig zaakje
een duistere, onwettige aangelegenheid;
Zuid-Nederlands :
er geen zaken mee hebben
informeel er niets mee te maken hebben; zie ook bij
gemeen (I) ;

5
vereiste: het is zaak voorzichtig te zijn of dat men voorzichtig is ;

6
niet veel zaaks
iets van weinig waarde;

7
recht alles wat tot iemands vermogen gerekend kan worden;

8
recht :
zaak van koophandel
rechtshandeling waaromtrent in het Wetboek van Koophandel bijzondere regelen gesteld zijn (bijv. wissel en cheque)
zaak:ding, geval, onderwerp, voorwerp, zelfstandigheid

business, handelszaak, bedrijf, firma, handel, magazijn, nering, onderneming, uitbating, winkel

aangelegenheid, besogne, kwestie, affaire, geschiedenis, komedie

rechtszaak

punt, transactie

belang

vereiste


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.