| zijn: | (was, waren, is geweest) I zelfstandig werkwoord 1 bestaan: wat niet is, kan komen ;hij is niet meer of hij is er geweest hij is gestorven; hij mag er zijn hij kan goed voor de dag komen; 2 zich bevinden, aanwezig zijn: waar is moeder? ; er was niet meer ;weten waar men aan toe is weten wat men te wachten heeft; 3 gebeuren: het zij zo ; het was in het voorjaar, dat... ;4 behoren aan: is dit boek van u? ;5 schelen aan: wat is er dan toch, jongen? ;II koppelwerkwoord : zij is ziek ; wie was het? ; het is altijd sukkelen geweest ; `m zijn zijn op jeugdtaal verliefd zijn op: Dennis is op Sabina ; III hulpwerkwoord : wanneer is hij gekomen? ; het kind is door een hond gebeten 2 zijnbezittelijk voornaamwoord : wie is zijn leermeester? ; hij ging met de zijnen op reis met zijn gezin; geef ieder het zijne |
| zijn: | existeren, bestaan, wezen gebeuren existentie, aanwezigheid |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.